Observeren en begrijpen

Wanneer je kind slaapproblemen heeft, kan je een slaapdagboek bijhouden. Daarin noteert je niet enkel het aantal uren slaap, maar bekijk je de slaapsituatie veel breder.

Enkele suggesties om te observeren:

  • Wanneer is je kind gaan slapen?
  • Wanneer is het ingeslapen?
  • Hoeveel keer is het wakker geworden en hoe lang bleef het wakker?
  • Wanneer is het ’s morgens opgestaan?
  • Wat is de totale slaapduur?

Wat je nog meer kan bekijken:

Wat heeft volgens jou de slaap verstoord?

Spelen zintuiglijke gevoeligheden een rol, bijvoorbeeld een overgevoeligheid van gehoor, gezicht, tast- of reukzin?

Wat zijn de slaapgewoonten in het gezin? Hoe slapen de andere kinderen?

Bekijk ook de situatie-gedrag-gevolgenketen

Situatie:

  • Welke activiteiten hadden plaats voor het slapengaan?
  • Wat werd voor het slapengaan gegeten of gedronken?
  • Werd tijdens de dag geslapen? Hoe lang? Wanneer? Hoeveel keer?
  • Waren er speciale gebeurtenissen? Spanningen?
  • Hoe wordt de bedtijd aangekondigd? Door wie? Wanneer?
  • Waarmee is je kind bezig wanneer het naar bed moet?
  • Wie begeleidt je kind naar bed?
  • Wat zijn de rituelen en routines voor het slapengaan?
  • Is uw kind al of niet moe, angstig, actief, enz. voor het slapengaan?
  • Is uw kind ziek geweest in bed?
     

Gedrag:

  • Wat doet je kind? Zelf uit bed komen, huilen, roepen, rondlopen, spelen, enz.

Gevolgen:

  • Hoe reageer je en de andere gezinsleden wanneer je kind moeilijk inslaapt?
  • Hoe reageer je en de andere gezinsleden wanneer je kind ’s nachts wakker wordt?
  • Zijn er voordelen voor het kind? Denk hierbij onder meer aan: iets verkrijgen (bijvoorbeeld eten, drinken, een extra verhaaltje), aan iets ontsnappen (bijvoorbeeld niet alleen zijn, niet meer donker), de situatie beheersen, duidelijkheid zoeken, aandacht krijgen, nog iets mogen vertellen, enz.