Wat is autisme?
Autisme is een neurologische ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op meerdere levensgebieden en in alle levensfasen. De kernproblemen van autisme zijn moeilijkheden in de sociale communicatie en interactie, repetitief gedrag en specifieke interesses. Dit kan zich op verschillende manieren uiten en met een verschillende intensiteit of ernst voorkomen. Dat betekent dat mensen met autisme helemaal anders kunnen zijn.
Omwille van een verschil in de hersenen bij mensen met autisme verwerken ze informatie op een andere manier. Hierdoor ervaren ze de wereld anders. Ze hebben dan wel dezelfde zintuigen, maar de zintuiglijke ervaringen bij mensen met autisme zijn anders. Bovendien kunnen die ervaringen van persoon tot persoon erg verschillend zijn.
Asperger, autistisch, autismespectrumstoornis of neurodivergent?
In het verleden waren verschillende diagnostische benamingen gangbaar: autistische stoornis, syndroom van Asperger, PDD-NOS, atypisch autisme, autismespectrumstoornissen of nog andere. De praktijk leerde ons echter dat er weinig evidentie is om subtypes te onderscheiden. Nu wordt enkel de term autismespectrumstoornis (ASS) gebruikt om zo te verwijzen naar de verschillende manieren waarop autisme zich uit.
Meer en meer volwassenen met autisme stellen dat het geen stoornis is. Ze zien autisme als een andere manier van informatieverwerking of kortweg neurodivergent. Anders, maar dus niet gestoord.
Hoe vaak komt autisme voor?
Internationale studies schatten dat ongeveer 1 op 100 mensen autistisch is. Het exacte cijfer kan verschillen per land en onderzoeksmethode, en hangt ook samen met hoe goed autisme herkend en onderzocht wordt.
Voor België betekent dit dat er ongeveer 117.000 mensen met autisme zijn. Dit is een ruwe schatting op basis van bevolkingscijfers en prevalentie-onderzoek. Niet iedereen met autistische kenmerken heeft een diagnose, vooral bij volwassenen en vrouwen wordt autisme nog regelmatig later of minder vaak herkend. Daardoor het werkelijke aantal mogelijk hoger ligt.
Komt autisme vaker voor dan vroeger?
Er is op dit moment geen enkel bewijs dat autisme vaker voorkomt dan vroeger, al kan dit anderzijds ook niet helemaal uitgesloten worden. De stijging in de prevalentiecijfers (het cijfer dat uitdrukt hoe vaak een stoornis of conditie voorkomt) kan echter evenzeer toegeschreven worden aan:
- aanpassingen in de diagnostische criteria in de loop van de jaren
- betere opsporing
- nauwkeurigere en snellere diagnosestelling
Vooral bij heel jonge kinderen en bij personen met een normale of grensnormale begaafdheid wordt autisme nu beter onderkend.
Vroege signalen van autisme
Het is tegenwoordig mogelijk om signalen van autisme al op jonge leeftijd te herkennen. Reeds vanaf de leeftijd van twee jaar is in een betrouwbare diagnose mogelijk.
Wat is de verhouding normaal begaafd en verstandelijk beperkt bij autisme?
Lange tijd werd aangenomen dat 70 tot 80% van de personen met autisme ook verstandelijk beperkt was. Recentere studies laten zien dat het aandeel personen met een verstandelijke beperking kleiner dan de helft is. Heel wat studies schatten het aandeel van mensen met een verstandelijke beperking zelfs maar op een derde.
Zijn er meer mannen dan vrouwen met autisme?
De diagnose autisme wordt historisch vaker gesteld bij jongens en mannen dan bij meisjes en vrouwen. Vaak wordt een verhouding rond 3 op 1 gerapporteerd.
Steeds meer onderzoek toont echter dat deze verhouding waarschijnlijk geen juiste weergave is van de werkelijke aantallen. Autisme wordt bij meisjes en vrouwen vaak later of minder vaak herkend, onder andere door andere sociale verwachtingen, camoufleren (maskeren) en subtielere presentatie van kenmerken.
Door toegenomen kennis en bewustwording worden steeds meer meisjes en vrouwen op latere leeftijd gediagnosticeerd.
Wat zijn de talenten van mensen met autisme?
Naast specifieke problemen zien we ook duidelijk sterke kanten bij mensen met autisme. Vaak genoemde talenten van mensen met autisme zijn onder meer oog voor details, loyaal, nauwgezet, eerlijk, logisch denken, technisch inzicht en een goed geheugen voor feiten.
Het gaat niet altijd om buitengewone vaardigheden of talenten waarmee ze kunnen uitpakken.
Belangrijk is om het potentieel van eenieder in te schatten, zwakke en sterke punten te leren kennen, interesses te ontdekken en die zo goed mogelijk in hun dagelijkse leven te integreren.