Hoe weet je wat je nodig hebt?
Soms helpt het om eerst even stil te staan bij wat voor jou lastig is of waar je net meer rust in zoekt.
Enkele mogelijkheden om hier inzicht in te krijgen zijn:
- Een sensorische profielvragenlijst. Sommige mensen vinden het helpend om een overzicht te maken van hun zintuiglijke gevoeligheden.
- Je brengt in kaart hoe je reageert op geluid, licht, aanraking, geuren en beweging. Dit helpt om bewuste keuzes te maken over je omgeving en hulpmiddelen.
- Informatie over vragenlijsten voor het maken van een prikkelprofiel: Sensonate.nl
Dagboeknotities over situaties waarin je je goed of net overprikkeld voelde. Na een paar weken merk je vaak terugkerende situaties of prikkels op. Dat inzicht maakt het makkelijker om te kiezen welke hulpmiddelen of aanpassingen jou eventueel kunnen helpen.
Noteer gedurende 2-3 weken dagelijks situaties
- Wat gebeurde er? Welke activiteit, met wie, op welke plek?
- Hoe voelde de omgeving aan? Denk aan geluiden, licht, geuren, temperatuur of hoeveel mensen er waren.
- Hoe voelde jij je daarbij? Geef eventueel een cijfer aan je stress- of energieniveau (bijv. 1 = heel rustig, 10 = overprikkeld).
- Wat hielp? Wat deed je waardoor het wat beter ging?
- Wat maakte het moeilijker? Noteer dit ook, het helpt om patronen te zien.
- Executieve functies in kaart brengen: dit zijn cognitieve processen die je helpen bij plannen, organiseren en uitvoeren van taken:
- Vind je het moeilijk om plannen te maken of overzicht te houden?
- Heb je moeite met het starten of afronden van taken?
- Hoe gaat het met schakelen tussen verschillende activiteiten?
- Heb je moeite met tijd inschatten of deadlines halen?
- Merk je dat je aandacht snel verspringt of dat je moeite hebt om geconcentreerd te blijven?
- Feedback aan vertrouwde personen vragen. Soms zien anderen patronen die je zelf niet opmerkt:
- Vraag aan familie, partner of goede vrienden waar zij merken dat je vastloopt.
- Bespreek met je behandelaar welke ondersteuning bij jouw profiel zou passen.
Wat heb je nodig in contact met anderen?
- Denk aan een sociale situatie die goed voelde.
Wat maakte dat het aangenaam en vellig voelde? - Denk daarna aan een sociale situatie die moeilijk was.
Wat maakte dat lastig of vermoeiend? - Vergelijk de twee situaties.
Wat hielp in de eerste dat in de tweede ontbrak?
Dat verschil zegt iets over wat jij nodig hebt om sociale situaties beter te laten verlopen.
Voorbeeld
Goed moment: bij een vriend op bezoek gaan, één op één, met een duidelijk afgesproken einduur.
Moeilijk moment: een verjaardagsfeest met veel mensen, onverwachte gesprekken en luide muziek.
Verschil: voorspelbaarheid, duidelijke grenzen en een rustige omgeving helpen mij.
→ Wat ik nodig heb: kleine groepen, afspraken over hoe lang ik blijf, en de mogelijkheid om me even terug te trekken als het te druk wordt.
Waarom helpt dit?
Door stil te staan bij wat een situatie moeilijk of lastig maakt, leer je beter inschatten wat je grenzen en voorkeuren zijn.
Zo kan je bewuster kiezen wat en op welke manier iets haalbaar is voor jou.