Communicatie

Tijdens je studie communiceer je met verschillende mensen, zoals docenten, medestudenten, stagebegeleiders en studentenbegeleiders.

Soms is het niet duidelijk hoe je iemand aanspreekt, bij wie je terechtkan met een vraag of wat er van je verwacht wordt. Hieronder vind je tips voor situaties die vaak voorkomen tijdens het hoger onderwijs.

Docenten verwachten meestal dat studenten zelf vragen stellen wanneer iets niet duidelijk is.

Je kan bijvoorbeeld contact opnemen als:

  • een opdracht onduidelijk is;
  • je een les hebt gemist;
  • je vragen hebt over de leerstof;
  • je ondersteuning of aanpassingen wilt bespreken.

Je kan een docent vaak aanspreken voor of na de les, tijdens een spreekuur of via e-mail.

Probeer je vraag zo concreet mogelijk te formuleren. Dat maakt het gemakkelijker om een duidelijk antwoord te krijgen.

Veel studenten vinden het spannend om nieuwe mensen te leren kennen. Dat is normaal.

Een gesprek begint vaak met eenvoudige onderwerpen, zoals:

  • de opleiding;
  • lessen;
  • opdrachten;
  • examens;
  • het studentenleven.

Je hoeft niet meteen een uitgebreid gesprek te voeren. Kleine contacten kunnen een eerste stap zijn naar een vriendschap of een goede samenwerking.

Niet elke vraag hoort bij dezelfde persoon.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • vragen over een vak → docent;
  • vragen over studieplanning of studiemethode → studiebegeleider;
  • vragen over ondersteuning of aanpassingen → studentenbegeleidingsdienst;
  • vragen over een stage → stagebegeleider of stagementor.

Twijfel je? Vraag dan hulp aan een docent of studentenbegeleider. Zij kunnen je vaak doorverwijzen naar de juiste persoon.

Ben je ziek en kan je niet deelnemen aan een verplichte les, stage of examen?

Neem dan zo snel mogelijk contact op met de docent, stagebegeleider of opleiding.

Controleer ook welke afspraken binnen jouw opleiding gelden rond afwezigheden, attesten en inhaalmomenten.

Soms volstaat een melding via e-mail. In andere situaties kan een medisch attest nodig zijn.

Tijdens je studie krijg je regelmatig feedback van docenten, begeleiders of medestudenten.

Feedback helpt je om te leren en je vaardigheden verder te ontwikkelen.

Soms is feedback heel concreet. Soms blijft ze eerder algemeen. Als iets niet duidelijk is, mag je gerust extra uitleg vragen.

Vraag bijvoorbeeld:

  • een concreet voorbeeld;
  • verduidelijking van verwachtingen;
  • tips om verder te groeien.

Zo krijg je vaak beter zicht op wat goed loopt en wat je nog kan ontwikkelen.

Als de leerkracht of docent een vraag stelt en niemand steekt zijn hand op, is dit vaak omdat niemand wil opvallen, niet omdat niemand het antwoord kent.

Luister naar elk advies of elke instructie die een leerkracht of docent je geeft, zelfs als het je op het eerste zicht niet zo belangrijk lijkt. Het helpt hen als je duidelijk maakt dat je aan het luisteren bent door te knikken of 'ja' te zeggen.

Als mensen iets tegen je vertellen dat interessant lijkt of als je in een les zit, is het belangrijk dat je geïnteresseerd kijkt anders kunnen mensen snel veronderstellen dat je je verveelt. Denk eraan dat sprekers naar de gelaatsuitdrukkingen van de mensen in hun publiek kijken.

Ik heb niet door wanneer iemand niet geïnteresseerd is in wat ik vertel. Mensen zeggen dit niet. Daarom bedacht ik een regel. Als iemand 3 keer wegkijkt terwijl ik praat, dan stop ik, tenzij de andere persoon zelf verder praat over het onderwerp of een vraag stelt.

Maak een lijstje met contactpersonen waarop staat aan wie je welke vragen kan stellen, wanneer en hoe. Je kan dit eventueel samen met je ondersteuner of coach doen.