Vertellen over je diagnose op het werk

Je bent niet verplicht om je autismediagnose te vertellen op het werk. Toch kiezen sommige mensen ervoor om dit wel te doen, bijvoorbeeld om beter te kunnen uitleggen wat hen helpt om goed te functioneren. Vertellen over je diagnose kan spannend zijn, omdat je niet altijd weet hoe anderen zullen reageren.

Je kan die reactie niet bepalen. Je kan wel zelf kiezen hoe, wanneer en met wie je je diagnose deelt, en hoeveel je vertelt.

Hoe vertel je het op het werk?

Er bestaat geen juiste of foute manier om over je diagnose te praten. Jij beslist wat voor jou helpend is. Deze tips kunnen ondersteunen.

Kies een geschikt moment
Vermijd drukke periodes of korte gesprekken tussendoor. Plan een rustig overleg waarin voldoende tijd is.

Bepaal aan wie je het vertelt
Voor sommigen volstaat het om dit te delen met een leidinggevende of vertrouwenspersoon. Anderen kiezen ervoor om ook collega’s te informeren. Jij beslist wie wat mag weten.

Bereid je goed voor
Noteer vooraf wat je wil zeggen. Denk na over wat je wil dat de ander begrijpt. Gebruik concrete voorbeelden, zoals:
Ik werk beter als ik de vergaderpunten vooraf krijg.

Benoem ook wat goed gaat
Vertel niet alleen wat moeilijk is, maar ook wat goed loopt of energie geeft. Zo ontstaat een vollediger beeld van jou als collega.

Wees duidelijk over wat je nodig hebt
Geef aan wat helpt, zoals extra tijd voor opdrachten, een rustige werkplek of duidelijke afspraken. Dat maakt het gesprek concreet.

Bereid je voor op verschillende reacties
Niet iedereen weet meteen hoe te reageren. Een korte, rustige zin kan helpen, bijvoorbeeld:
Ik begrijp dat dit nieuw is. Ik leg graag uit wat dit voor mij betekent op het werk.

Je hoeft je diagnose alleen te delen als het jou helpt. Het is geen verplichting, en jij bepaalt hoeveel je vertelt.

Mogelijke reacties op je verhaal

Collega’s of leidinggevenden kunnen verschillend reageren:

  • Steunend: ze luisteren, tonen begrip en denken mee.
  • Met opluchting of herkenning: ze begrijpen beter waarom iets moeilijk is.
  • Onverschillig: ze reageren weinig of doen alsof het weinig betekent.
  • Bagatelliserend: bijvoorbeeld “iedereen heeft wel iets”.
  • Afwijzend: ze nemen je diagnose niet ernstig of reageren wantrouwig.

Hoe ga je om met die reacties?

  • Bij steunende reacties
    Maak samen afspraken die jou helpen in je werk.
  • Bij onverschilligheid
    Focus op wat jij nodig hebt, zonder energie te verliezen aan overtuigen.
  • Bij bagatellisering
    Jij beslist of je verder uitlegt of het gesprek afrondt.
  • Bij afwijzing
    Zoek steun bij iemand anders, zoals een vertrouwenspersoon of coach. Jij bent niet verantwoordelijk voor het onbegrip van een ander.
  • Bij gemengde reacties
    Geef tijd. Begrip groeit soms geleidelijk.

Mensen met autisme vertellen

Ik heb het verteld toen ik voelde dat ik telkens tegen mijn grenzen botste. Door het uit te leggen, kon ik ook aangeven wat ik nodig had. Dat gaf me ruimte.

Ik gooide het er ooit plots uit tijdens een druk overleg. Achteraf besefte ik dat dit geen goed moment was. Nu kies ik bewuster wanneer en bij wie ik het vertel.

Toen ik mijn team inlichtte, bleef het eerst stil. Dat voelde lastig. Pas later kwamen er vragen en begrip. Dat leerde me dat reacties soms tijd nodig hebben.

Ik heb mijn diagnose pas gedeeld toen ik er zelf klaar voor was. Door me voor te bereiden en een rustig moment te kiezen, voelde het gesprek veel minder zwaar.