Wanneer je al je boodschappen hebt, ga je naar de kassa. Vaak is er een rij. Je sluit achteraan aan en wacht tot je aan de beurt bent.
Producten op de band leggen
Wacht met uitladen tot de persoon voor jou klaar is.
Leg je producten één voor één op de band.
Begin met zware producten, daarna de lichtere.
Zo voorkom je dat lichte producten, zoals tomaten, geplet worden.Flessen (plastic of glas) leg je best plat op de band, zodat ze niet omvallen.
Beurtbalkje gebruiken
Wanneer al je producten op de band liggen:
neem je een beurtbalkje;
leg je dit achter je laatste product.
Zo weten:
de persoon achter jou dat hij of zij kan beginnen;
de medewerker aan de kassa waar jouw boodschappen eindigen.
Klantenkaart
De medewerker aan de kassa vraagt soms of je een klantenkaart hebt.
Heb je er één, dan kan je die tonen.
Heb je er geen, dan zeg je gewoon nee.
Een klantenkaart is meestal gratis en geeft soms recht op kortingen.
Wil je er meer over weten, dan kan je dit later rustig bekijken op de website van de winkel.
Inladen en betalen
Terwijl je producten gescand worden:
laad je ze in je tas, doos of mand.
Heb je geen tas bij, dan kan je een zak kopen aan de kassa.
Wanneer de medewerker zegt hoeveel je moet betalen:
mag je eerst verder inladen als dat nodig is;
daarna betaal je met bankkaart of cash.
Kassaticket
Na het betalen krijg je een kassaticket.
Hou dit bij.
Het helpt om je uitgaven op te volgen.
Je hebt het nodig als je later iets wil ruilen of terugbrengen.