Huishouden

Je woonst schoonhouden is belangrijk voor:

  • je gezondheid;

  • je comfort;

  • en voor rust en overzicht in je dagelijkse leven.

Schoonmaken vraagt niet alleen tijd, maar ook weten wat je nodig hebt en wanneer je wat doet.

 

Wat heb je nodig?

Om schoon te maken gebruik je verschillende spullen, zoals:

  • poetsdoeken;

  • schoonmaakmiddelen;

  • een stofzuiger of dweil.

Het helpt om een overzicht te hebben van wat je in huis nodig hebt en waar alles ligt. Zo verlies je minder energie aan zoeken.

 

Hoe pak je schoonmaken aan?

Als je niet goed weet hoe je iets moet schoonmaken, kan het helpen om:

  • stap-voor-stap uitleg te volgen;

  • korte instructies of demonstratiefilmpjes te bekijken.

Zo weet je wat je kan doen en hoef je het niet zelf uit te zoeken.

 

Werk met een schoonmaakplanning

Een schoonmaakplanning kan helpen om overzicht te houden.

In zo’n planning kan je vastleggen:

  • welke taken je doet;

  • hoe vaak je ze doet (dagelijks, wekelijks, maandelijks);

  • op welk moment van de dag.

Een planning voorkomt dat alles tegelijk moet gebeuren.

 

Praktische tips

  • Ruim eerst een kamer op vóór je begint schoonmaken.

  • Doe eerst het droge schoonmaakwerk (stofzuigen, afstoffen), daarna het natte (dweilen).

  • Muziek of een timer kan helpen om te starten en vol te houden.

 

Belangrijke boodschap

Je hoeft niet alles in één keer te doen.
Kleine stappen zijn voldoende om je woonst leefbaar en aangenaam te houden.

Je mag schoonmaken op een manier die bij jou past.

Sommige schoonmaakmiddelen bevatten gevaarlijke of irriterende stoffen.
Daarom is het belangrijk om ze veilig te gebruiken.

 

Let op de gevaarsymbolen

Op de verpakking van schoonmaakmiddelen staan soms symbolen die waarschuwen voor gevaar, zoals:

  • bijtend;

  • schadelijk;

  • irriterend;

  • ontvlambaar.

Op gevaarsymbolen.be vind je een overzicht van deze symbolen en wat ze betekenen.

 

Lees altijd het etiket

Gebruik een schoonmaakmiddel nooit zomaar.

  • Lees vóór het eerste gebruik de gebruiksaanwijzing.

  • Volg de instructies op de verpakking.

  • Gebruik het middel alleen waarvoor het bedoeld is
    (bijvoorbeeld: afwasmiddel alleen voor de afwas).

 

Veiligheidsregels bij gebruik

Hou deze basisregels aan:

  • Adem niet rechtstreeks boven de fles.

  • Zet na gebruik de dop meteen terug op de fles.

  • Giet een schoonmaakmiddel nooit over in een andere fles.

  • Meng nooit verschillende schoonmaakmiddelen.

  • Draag plastic huishoudhandschoenen bij irriterende of schadelijke producten.

  • Zorg indien mogelijk voor verluchting (raam open).

 

Belangrijke boodschap

Meer product gebruiken maakt niet beter schoon, maar kan wel gevaarlijk zijn.
Veilig schoonmaken betekent:

  • rustig werken;

  • instructies volgen;

  • je eigen gezondheid beschermen.

Om je kamer een nette indruk te geven, dek je steeds je bed terug op. Dit is ook aangenaam als je ’s avonds weer in bed kruipt. Laat je bed bij voorkeur wel even verluchten vooraleer je het opnieuw opmaakt.

Eén keer per week of om de twee weken verschoon je de lakens van je bed. Hier vind je een stappenplan van hoe je het beddengoed van je bed haalt en hoe je het erna weer netjes erop legt.

Afval sorteren is goed voor het milieu en wordt daarom verplicht door je gemeente.

AFVALKALENDER

Bij inschrijving op je nieuwe adres krijg je meestal een afvalkalender voor het lopende jaar mee. Heb je er toch geen gekregen? Haal een afvalkalender op bij het gemeentehuis. Deze is gratis en wordt in de meeste gemeenten gratis per post bezorgd. De kalender geeft een duidelijk overzicht van wanneer welk afval wordt opgehaald. Je leest er ook de openingsuren van het containerpark en alle informatie over afval sorteren.

Tip: Je kan de afvalkalender ook online importeren in je eigen elektronische agenda.

 

BEKNOPT OVERZICHT VAN HOE JE AFVAL MOET SORTEREN

Glas: Doe lege glazen potten en flessen in de glasbak. Je kan bij de gemeente vragen waar de dichtstbijzijnde glasbak is. Vergeet niet om de doppen eraf te halen. In sommige gemeenten halen ze glas op.

Papier: Gooi kranten, tijdschriften en karton in de papierbak

Chemisch afval: Restjes verf en lege batterijen zijn chemisch afval. Er zitten stoffen in die slecht zijn voor het milieu. Zet chemisch afval nooit bij het gewone afval. Stop ze in de speciale container voor chemisch afval. Batterijen lever je in bij je supermarkt.

GFT-afval: Groente-, fruit- en tuinafval. De meeste huizen hebben van de gemeente een aparte container gekregen voor GFT-afval. Sommige mensen hebben een composthoop in de tuin waarop ze GFT-afval composteren.

PMD- afval: Plastic, metaal en drankkartons. Hiervoor koop je specifieke zakken in de supermarkt of op het gemeentehuis.

Ga de gebruiken van jouw gemeente na, omdat er verschillen kunnen bestaan. Ga langs bij je gemeente of kijk op de website.

 

UITGEBREID OVERZICHT VAN HOE JE AFVAL MOET SORTEREN

Op de website betersorteren.be vind je een uitgebreid overzicht van hoe je afval moet sorteren.

Tip:  Maak visueel duidelijk welk afval waarin moet. Voorzie bijvoorbeeld vijf gekleurde bakken en kleef daarop een lijstje en afbeeldingen met wat waarin hoort.

Na het eten heb je afwas. Om vieze geurtjes te voorkomen, stop je deze direct na het eten in de afwasmachine of je wast af met de hand.

Afwasmachine

  • Maak alle borden, bestek en potten vrij van etensresten, anders raakt je machine verstopt.
  • Stop alles netjes in de afwasmachine.
  • Laad de machine uit als het programma afgelopen is.

Met de hand afwassen

  • Zorg dat je aanrecht leeg is, zodat je voldoende plaats hebt om alles te zetten.
  • Maak alle borden, bestek en potten vrij van etensresten.
  • Was eerst de glazen af, daarna de rest. Als laatste de kookpotten.
  • Gebruik warm water, dan krijg je alles sneller schoon en je handdoek wordt minder snel nat.

Hier vind je een filmpje waarin men stap voor stap toont hoe je de afwas met de hand doet.

Kledij, beddengoed, een tafellaken, handdoeken, … moeten regelmatig gewassen worden.

Op de website WikiHow vind je een stappenplan om de was te doen.

Als je zelf geen wasmachine hebt, ga je naar een wassalon in de buurt. Vind er één in je buurt via de gouden gids. Je kan in de zoekbalk bovenaan je postcode of straat invullen om een wassalon in je buurt te vinden.

 

De meeste mensen strijken hun kledij, omdat kledij met kreuken niet netjes oogt.

Je hoeft niet alles te strijken. Wat je niet hoeft te strijken is bijvoorbeeld ondergoed en handdoeken. Er zijn heel wat mensen die hun pyjama’s, lakens en zakdoeken niet strijken. Hemden, broeken en T-shirts worden gewoonlijk wel gestreken.

Als je wilt strijken neem je eerst al de kleren die je wil strijken, een strijkijzer en een strijkplank. Je zet je strijkplank dan ergens neer waar je voldoende plaats hebt. Doe water in je strijkijzer tot aan het maximum streepje.

 

Tip: Wanneer je de was droogt in de droogkast, plooi deze dan onmiddellijk op wanneer het droogprogramma gedaan is, zo heb je minder strijkwerk.

Tip: Maak een persoonlijke keuze in wat je wel en niet strijkt. Mensen variëren sterk op dit vlak, gaande van alles strijken tot enkel het hoogstnodige.

Tip: Als je kleren koopt, kijk dan na hoe makkelijk iets te wassen en te strijken is.

 

Demonstratiefilmpjes strijken

Opruimen vraagt organisatie, energie en tijd.
Voor sommige mensen gaat dat vlot, voor anderen is het moeilijker. Dat zegt niets over inzet of motivatie.

Waarom opruimen soms moeilijk is

Er zijn verschillende redenen waarom opruimen lastig kan zijn, bijvoorbeeld:

  • Je wil veel spullen bijhouden.
    Als je veel bezit, is het moeilijker om alles een vaste plek te geven.

  • Je bent bang om iets kwijt te raken als het niet zichtbaar is.

  • Voor jou voelt het niet rommelig, omdat je weet waar alles ligt.

  • Je ziet vooral details, maar niet meteen het geheel van een kamer.

  • Je bent moe of overprikkeld. Dat kost veel energie.

  • Je raakt snel afgeleid. Tijdens het opruimen kom je andere dingen tegen.

Deze redenen komen vaak voor en zijn herkenbaar bij veel mensen.

 

Wat kan helpen bij opruimen?

1. Werk met vaste momenten

  • Spreek een vast opruimmoment af (bijvoorbeeld één keer per week).

  • Dat geeft rust tussendoor: niet alles moet meteen opgeruimd zijn.

2. Geef spullen een vaste plek

  • Zorg dat elk item een duidelijke plaats heeft.

  • Zo moet je minder nadenken en zoeken.

3. Hou het eenvoudig

  • Zorg dat je iets kan nemen en terugzetten zonder eerst andere spullen te verplaatsen.

  • Hoe minder stappen, hoe makkelijker.

4. Gebruik hulp en structuur

  • Laat je eventueel helpen door iemand die structuur kan aanbrengen.

  • Dat kan een ouder, begeleider of iemand anders zijn.

5. Probeer systemen uit

  • Niet elk systeem werkt voor iedereen.

  • Het is oké om te testen, bij te sturen en opnieuw te proberen.

 

Belangrijke boodschap

Opruimen hoeft niet perfect.
Wat telt is dat je een manier vindt die:

  • haalbaar is;

  • bij jouw energie past;

  • en zorgt voor voldoende rust in je woonruimte.

Kleine stappen zijn voldoende.