Bekijk eerst hoe de leerstof is opgebouwd. Kijk naar hoofdstukken, titels, tussentitels, samenvattingen en leerdoelen. Zo krijg je een overzicht van wat belangrijk is en hoe de verschillende onderdelen samenhangen.
Een studiemethode is de manier waarop je leerstof verwerkt, begrijpt en onthoudt. Er bestaat geen studiemethode die voor iedereen werkt. Welke aanpak het best bij je past, hangt af van de leerstof, de evaluatievorm en jouw persoonlijke voorkeuren.
In het hoger onderwijs krijg je vaak veel informatie op korte tijd. Daarom helpt het om bewust na te denken over hoe je studeert. Hieronder vind je verschillende studiemethoden die je kunnen helpen om leerstof beter te begrijpen en te onthouden.
Lezen helpt om de leerstof te begrijpen. Probeer tijdens het lezen actief na te denken over wat je leest. Stel jezelf vragen, markeer kernbegrippen en noteer zaken die nog niet duidelijk zijn.
Door informatie in je eigen woorden te noteren, verwerk je de leerstof actiever. Je kan kernwoorden noteren, een samenvatting maken of belangrijke verbanden opschrijven.
Luidop leren helpt om leerstof actiever te verwerken. Als je tijdens het studeren dingen luidop vertelt, onthoud je deze vaak beter. Je kan terwijl je de leerstof doorneemt, luidop alles lezen, of je kan delen uit de cursus luidop proberen uitleggen aan iemand anders (dit kan een denkbeeldig persoon zijn).
Een schema zorgt ervoor dat leerstof visueler wordt. Je kan gebruik maken van pijlen om verbanden weer te geven of kleuren om belangrijke zaken duidelijk over te laten komen. Voorbeelden van schema’s zijn mindmaps, grafieken, tabellen, tijdslijnen, vergelijkingstabellen. Een voorbeeld van een mindmap vind je hier.
Er bestaan (gratis) online programma's en apps om mindmaps te maken, bijvoorbeeld Mind Map Maker en MindMup.
Geheugensteuntjes of ezelsbruggetjes zorgen ervoor dat je leerstof die je uit het hoofd moet leren beter kan onthouden. Als je bijvoorbeeld 10 kenmerken moet onthouden, kan je de eerste 10 letters van die kenmerken opschrijven en daar een woord of een zin mee maken. Op www.ezelsbruggetje.nl vind je tal van voorbeelden.
Om ervoor te zorgen dat je niet vlak voor de examens plots heel veel leerstof moet verwerken, kun je best tijdens het semester je leerstof bijhouden. Dit betekent dat je je mappen met studiemateriaal op orde houdt en dat je telkens weet waar de vorige les over gegaan is. Vanaf de eerste lesdag kan je hiermee beginnen. Je kan je notities van elk vak nalezen op het einde van de dag. Spendeer hier niet meer dan een half uur per vak aan en weersta aan de neiging om je notities opnieuw te schrijven. Wat je best wel doet, is belangrijke zaken onderlijnen, omcirkelen of aanduiden met een markeerstift. Je kunt opmerkingen toevoegen met informatie die je niet had kunnen opschrijven in de les of die in je cursus staat.
Het is aanbevolen om een vak zeker drie keer door te nemen:
- tijdens de periode dat het les is (verwerken)
- tijdens de blokperiode (studeren)
- tijdens de examens (herhalend studeren)
In het hoger onderwijs is er meestal een lange periode tussen het geven van de leerstof en het examen zelf. Om informatie te blijven onthouden is het nuttig om deze te herhalen. Herhalen van leerstof is niet hetzelfde als enkel herlezen maar is actief de leerstof toepassen. Dit kan je doen door voor jezelf een test op te stellen, of door de leerstof luidop te herhalen in je eigen woorden. Je kan zelf naar voorbeelden zoeken die bij de leerstof horen. Wanneer je schrijft aan een samenvatting of aan het schematiseren bent, herhaal je de leerstof op een actieve manier.
Om de leerstof beter te verwerken en actief toe te passen, kan je voorbeelden bedenken die bij de leerstof horen. Soms worden in een cursus voorbeelden gegeven, probeer dan zelf eens om nog een extra voorbeeld te bedenken. Het maakt een goede indruk op je examen als je zelf nog een extra voorbeeld kan geven, bovenop dat uit de cursus.
Om te controleren of je de leerstof voldoende kent, ondervraag je jezelf. Zo weet je of je voldoende hebt gestudeerd of niet. Soms zijn er voorbeeldexamenvragen die je al kan proberen oplossen. Je kan ook zelf vragen bedenken tijdens het studeren en die dan na het studeren proberen oplossen. Wat je ook kan doen, is proberen om zonder in de leerstof te kijken, bepaalde delen van de cursus op te zeggen of op te schrijven. Als je bijvoorbeeld 10 kenmerken moet onthouden, probeer ze dan eens alle tien op te schrijven zonder te spieken.
Een handige manier om te controleren of je de leerstof kent, is door gebruik te maken van flitskaarten. Dat zijn kaarten waarop aan de voorkant een vraag staat en aan de achterkant het antwoord. Tijdens het studeren verzin je zelf vragen over de leerstof. Dan kan je jezelf testen door kaart per kaart de vraag te proberen beantwoorden. Test jezelf tot je alle antwoorden op de vragen correct kent.
Je kunt flitskaarten maken met pen en papier of met behulp van software of websites. Voorbeelden zijn Anki, Mnemosyne Project en Cram
Als je bepaalde delen van de leerstof niet goed begrijpt, kan je uitleg vragen aan studiegenoten, een studentenbegeleider of de docent zelf. Als iemand de leerstof dan nog eens op een andere manier probeert uit te leggen, begrijp je het vaak beter en kan je het ook beter onthouden.
Mind Map Maker en MindMup
Op deze websites kan je mindmaps maken
Anki, Mnemosyne Project en Cram
Met behulp van deze tools kan je flitskaarten maken.