Examens

Veel studenten vinden examens spannend. Dat is normaal. Een goede voorbereiding en een plan kunnen helpen om meer rust te ervaren.

Bereid je goed voor

Hoe beter je de leerstof kent, hoe meer vertrouwen je meestal hebt tijdens het examen.

Iedereen studeert op een andere manier en aan een ander tempo. Vergelijk jezelf daarom niet te veel met medestudenten. Sommige studenten zeggen dat ze weinig studeren, terwijl dat in werkelijkheid niet altijd zo is.

Probeer vooral uit te zoeken wat voor jou werkt:

  • hoeveel tijd je nodig hebt;
  • hoe je leerstof het best onthoudt;
  • wanneer je best herhaalt;
  • hoeveel pauzes je nodig hebt.

Oefen met voorbeeldvragen

Voorbeeldvragen geven vaak een goed beeld van wat je kan verwachten.

Je vindt ze soms:

  • bij de cursus of lesmaterialen;
  • via de docent;
  • via medestudenten;
  • via studentenverenigingen.

Probeer voorbeeldvragen eens op te lossen zonder je cursus erbij te nemen. Zo merk je sneller welke onderdelen je al goed kent en welke nog extra aandacht vragen.

Zorg goed voor jezelf

Tijdens de examenperiode vergeten studenten soms hun gewone routine.

Probeer daarom aandacht te blijven besteden aan:

  • voldoende slaap;
  • regelmatige maaltijden;
  • beweging;
  • ontspanning tussen het studeren.

Laat je niet opjagen

Vlak voor een examen zijn veel studenten zenuwachtig. Sommigen herhalen nog snel de leerstof of praten voortdurend over het examen.

Vraag jezelf af wat jou helpt. Misschien praat je liever met een vriend, luister je naar muziek of zoek je een rustige plek op.

Controleer praktische zaken

Bekijk vooraf:

  • wanneer het examen start;
  • in welk lokaal het plaatsvindt;
  • welk materiaal je nodig hebt.

Heb je recht op ondersteunende maatregelen of examenfaciliteiten? Controleer dan op voorhand hoe die geregeld worden.

Controleer altijd de afspraken van je opleiding.

Vaak zijn deze zaken handig:

  • studentenkaart;
  • pen en ander schrijfgerief;
  • eventueel een rekenmachine, woordenboek of ander toegestaan materiaal;
  • een flesje water.

Neem eerst even overzicht

Bekijk eerst het volledige examen.

Vraag jezelf af:

  • hoeveel vragen zijn er;
  • welke vragen wegen het zwaarst door;
  • hoeveel tijd heb ik per vraag.

Zo kan je je tijd beter verdelen.

Lees de vragen aandachtig

Neem de tijd om de vraag goed te begrijpen voordat je antwoordt.

Het kan helpen om:

  • belangrijke woorden aan te duiden;
  • kernwoorden te noteren;
  • kort een antwoordstructuur uit te werken.

Blijf niet te lang hangen

Weet je het antwoord op een vraag niet meteen?

Ga dan verder met een andere vraag en kom later terug. Zo verlies je minder tijd en voorkom je extra stress.

Raak niet in paniek

Het is normaal dat je niet meteen op elke vraag een antwoord weet.

Probeer rustig te blijven en denk na over wat je wél weet. Vaak kan je nog een deel van de vraag beantwoorden.

Controleer je antwoorden

Heb je nog tijd over?

Kijk dan na:

  • of je alle vragen hebt beantwoord;
  • of je antwoord duidelijk is;
  • of je geen belangrijke informatie bent vergeten.

Vraag hulp als iets niet duidelijk is

Heb je een vraag over het examen? Steek dan je hand op en wacht tot een docent of toezichter bij je komt.

Soms krijg je geen inhoudelijke uitleg. Dat betekent niet automatisch dat je vraag onterecht was. Examinatoren mogen vaak geen extra informatie geven tijdens een examen.

Laat je niet beïnvloeden door anderen

Sommige studenten dienen vroeg in. Andere studenten blijven tot het einde werken.

Kijk vooral naar je eigen examen en gebruik de tijd die je hebt.

Probeer niet te lang te blijven piekeren over hoe het examen is gegaan.

Je kan het resultaat op dat moment niet meer veranderen. Richt je aandacht daarom op je volgende examen of neem eerst even tijd om te ontspannen.

Bekijk je examen achteraf

Veel opleidingen organiseren een exameninzage.

Dat kan interessant zijn als:

  • je resultaat lager was dan verwacht;
  • je wilt begrijpen waar je fouten maakte;
  • je wilt leren voor een volgend examen.

Zo krijg je vaak beter zicht op wat goed liep en wat je anders kan aanpakken.

In het hoger onderwijs bestaan verschillende manieren om je kennis en vaardigheden te evalueren. Elk type examen vraagt een andere aanpak.

Informeer daarom op tijd hoe elk vak geëvalueerd wordt. Zo kan je je voorbereiding beter afstemmen op wat er verwacht wordt.

Schriftelijke examens

Open vragen

Bij open vragen schrijf je zelf een antwoord.

Dat kan bijvoorbeeld gaan om:

  • een definitie;
  • een voorbeeld;
  • een oefening;
  • een uitleg van een begrip of theorie.

Lees de vraag aandachtig en volg de instructies. Soms geeft de docent aan hoeveel woorden, regels of pagina's je mag gebruiken.

Probeer voldoende informatie te geven om te tonen dat je de leerstof kent, maar wijk niet te veel af van de vraag.

Essayvragen

Bij een essayvraag schrijf je een uitgebreider antwoord.

Vaak wordt verwacht dat je:

  • verbanden legt;
  • argumenteert;
  • informatie toepast;
  • verschillende inzichten met elkaar vergelijkt.

Een goede structuur helpt. Maak eventueel eerst een kort schema met de belangrijkste punten die je wilt bespreken.

Focus op de kern van de vraag. Je hoeft niet alles te vertellen wat je over het onderwerp weet.

Meerkeuzevragen

Bij meerkeuzevragen kies je het juiste of beste antwoord uit verschillende mogelijkheden.

Dit type examen lijkt soms eenvoudig, maar vraagt vaak een grondige kennis van de leerstof. Kleine verschillen tussen antwoorden kunnen belangrijk zijn.

Enkele tips:

  • lees de vraag volledig;
  • bekijk alle antwoordmogelijkheden;
  • let op woorden zoals altijd, nooit, meest juiste of foute antwoord;
  • antwoord niet te snel.

Sommige examens gebruiken giscorrectie. Dan verlies je punten voor foute antwoorden.

Controleer daarom vooraf:

  • of er giscorrectie is;
  • hoe de puntentelling werkt;
  • of het zinvol is om te gokken.

Openboekexamens

Bij een openboekexamen mag je bepaalde cursusmaterialen gebruiken tijdens het examen.

Dat betekent niet dat je minder moet studeren. De focus ligt meestal op inzicht, verbanden leggen en het toepassen van kennis.

Een goede voorbereiding blijft belangrijk.

Het helpt als je:

  • weet waar informatie in je cursus staat;
  • duidelijke hoofdstukken en inhoudstabellen gebruikt;
  • snel informatie kunt terugvinden.

Kopieer niet letterlijk uit je cursus. Docenten verwachten meestal dat je de leerstof verwerkt en toepast in je eigen antwoord.

Mondelinge examens

Bij een mondeling examen bespreek je je antwoorden rechtstreeks met de docent.

Vaak krijg je eerst tijd om je antwoord voor te bereiden. Gebruik die tijd om kernwoorden of een korte structuur te noteren.

Tijdens het gesprek kan de docent bijkomende vragen stellen.

Dat betekent niet automatisch dat je antwoord fout was. Soms wil een docent:

  • meer uitleg;
  • een voorbeeld;
  • een toepassing;
  • extra verdieping.

Neem gerust even tijd om na te denken voordat je antwoordt.

Praktische tips

Bij een mondeling examen helpt het om:

  • verzorgd en comfortabel gekleed te zijn;
  • duidelijk en rustig te spreken;
  • je antwoord stap voor stap op te bouwen;
  • je voorbereiding als geheugensteun te gebruiken.

Je hoeft geen perfect oogcontact te maken. Het belangrijkste is dat je je antwoord zo duidelijk mogelijk uitlegt.

Opdrachten en permanente evaluatie

Niet alle vakken werken met een klassiek examen.

Sommige opleidingen evalueren je via:

  • individuele opdrachten;
  • papers of verslagen;
  • presentaties;
  • practica;
  • groepswerk;
  • permanente evaluatie doorheen het semester.

Bij deze evaluatievormen is planning vaak extra belangrijk. Opdrachten starten meestal ruim voor de deadline. Door grote opdrachten op te delen in kleinere stappen houd je gemakkelijker overzicht.

Zoek duidelijkheid als iets niet helder is

Weet je niet goed wat er verwacht wordt?

Stel dan vragen aan de docent, assistent of studentenbegeleider.

Hoe beter je weet hoe een examen of opdracht eruitziet, hoe beter je je kan voorbereiden.

Studielicht

Website met informatie over verschillende beoordelingsvormen

Denk eraan dat de meeste mensen overdrijven over hoe weinig ze studeren.