Bij het puntje ‘Vervoer kiezen en plannen’ kan je zien wat de voordelen en de nadelen zijn van een auto.
Om met een auto op de openbare weg te rijden, heb je een rijbewijs nodig.
Met een rijbewijs toon je aan dat je voldoende kennis en vaardigheden hebt om veilig te rijden.
Om een rijbewijs te behalen:
leg je eerst een theoretisch examen af;
daarna een praktisch rijexamen.
Ook om met een bromfiets of motorfiets te rijden, heb je een rijbewijs nodig.
Welke categorie je nodig hebt, hangt af van het type voertuig.
Een auto gebruiken zonder er zelf één te hebben
Een rijbewijs betekent niet dat je een eigen auto moet hebben. Je kan ook:
een auto lenen, bijvoorbeeld van familie of vrienden;
een auto delen via een autodeelsysteem.
In steeds meer steden zijn er deelauto’s beschikbaar.
Op Way To Go vind je duidelijke informatie over:
de verschillende vormen van autodelen;
wat de voor- en nadelen zijn;
waar autodelen mogelijk is.
Autodelen: waar let je op?
Bedrijven zoals Cambio en Partago bieden deelauto’s aan. Elk systeem werkt anders.
Let vooraf goed op:
of je je moet registreren;
welke regels en voorwaarden gelden;
hoe je een auto reserveert en terugbrengt;
wat de kosten zijn.
Door je vooraf goed te informeren, vermijd je verrassingen en weet je wat je kan verwachten.
Rijbewijs halen: welke stappen doorloop je?
Om te leren autorijden, doorloop je meestal deze stappen:
Stap 1: Theorie studeren
Je leert de verkeersregels en verkeersinzicht via een handboek, lessen of online oefenmateriaal.
Stap 2: Theoretisch examen
Je legt het theoretisch examen af in een erkend examencentrum.
Stap 3: Rijlessen volgen
Na het theorie-examen leer je autorijden in de praktijk. Dat kan op twee manieren:
Via een rijschool
Je krijgt les van een professionele instructeur.Met een begeleider
Dat is een volwassene met:minstens 8 jaar rijervaring;
een rijbewijs B.
Je kiest zelf wat voor jou het best werkt.
Stap 4: Praktisch rijexamen
Als je voldoende geoefend hebt, leg je het praktisch rijexamen af.
Rijlessen volgen met autisme
Sommige rijscholen hebben ervaring met het begeleiden van mensen met autisme.
Zij kunnen bijvoorbeeld:
extra uitleg geven;
rustiger lesgeven;
meer structuur aanbieden.
Via Federdrive kan je zoeken of er een rijschool in jouw buurt is. Vraag vooraf:
welke ervaring ze hebben;
welke aanpassingen of ondersteuning mogelijk zijn.
Rijgeschiktheid en CARA
Voor mensen met autisme is het niet verplicht om automatisch langs CARA te gaan.
Je kan wel terecht bij CARA als:
jij of je arts twijfelt aan je rijvaardigheid;
je bijkomende medische of psychische problemen hebt;
je een aanpassing aan het voertuig nodig hebt.
CARA onderzoekt of je veilig kan rijden en onder welke voorwaarden.
Meer informatie vind je op de website van VIAS:
https://www.vias.be/nl/particulieren/cara/
Ervaringen van anderen
Wil je weten hoe anderen het leren autorijden ervaren? Een getuigenis over met de wagen (leren) rijden vind je hier.
Een auto kiezen: waar hou je rekening mee?
Type auto en brandstof
Er bestaan verschillende soorten auto’s, onder andere:
benzine;
diesel;
elektrisch;
hybride;
aardgas (CNG) of LPG.
Elk type heeft voor- en nadelen, bijvoorbeeld op vlak van:
kostprijs;
verbruik;
milieu;
gebruiksgemak.
Elektrische en hybride auto’s worden steeds vaker gebruikt. Auto’s op aardgas of LPG bestaan nog, maar zijn minder courant en niet overal praktisch.
Handgeschakeld of automatisch
Auto’s kunnen:
handgeschakeld zijn;
of automatisch rijden.
Automatische wagens:
vragen minder handelingen tijdens het rijden;
komen vaak voor bij elektrische auto’s.
Wat het best bij je past, hangt af van wat jij comfortabel en haalbaar vindt.
Een auto kopen
Je kan kiezen voor:
een nieuwe auto;
of een tweedehands auto.
Een tweedehands auto is vaak goedkoper. Let er wel op dat de auto in goede staat is.
Als je dit moeilijk kan inschatten:
vraag advies aan iemand die je vertrouwt;
of laat de auto nakijken door een professional.
Bij de aankoop hou je best rekening met:
het type auto;
het brandstoftype;
waar en hoe je de auto zal gebruiken.
Lage-emissiezones (LEZ)
Sommige steden hebben een lage-emissiezone. Dat is een zone waar vervuilende auto’s niet zomaar binnen mogen.
In Vlaanderen geldt dit onder andere in:
Antwerpen;
Gent.
Of je auto toegelaten is, hangt af van:
de Euronorm;
het type brandstof;
het bouwjaar.
Op de website van Lage-emissiezones Vlaanderen kan je controleren of een auto een stad mag binnenrijden.
Verzekering
Als je een auto hebt, is een autoverzekering verplicht.
Het gaat om de burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering (BA).
Deze verzekering:
vergoedt schade die jij met je auto aan anderen veroorzaakt;
is verplicht om de openbare weg op te mogen.
Je kan een autoverzekering afsluiten:
via een bank;
of via een verzekeringskantoor.
De prijs hangt onder andere af van:
je rijervaring;
je leeftijd;
het type auto;
eventuele extra verzekeringen.
Waarom kiezen mensen voor autodelen?
Mensen kiezen om een auto te delen om verschillende redenen:
je kan afspreken wie wanneer de auto gebruikt;
het is vaak goedkoper dan een eigen auto hebben;
het is beter voor het milieu;
je hebt geen kosten voor onderhoud, verzekering of belastingen van een eigen auto.
Autodelen kan handig zijn als je:
een auto maar af en toe nodig hebt;
in een stad woont;
geen eigen auto wil of kan onderhouden.
Autodelen in Vlaanderen
In veel steden en gemeenten zijn er autodeelsystemen beschikbaar.
Op Way to Go vind je:
een overzicht van de verschillende systemen;
uitleg over hoe autodelen werkt;
informatie per regio.
Bedrijven zoals Cambio en Partago bieden deelauto’s aan, maar elk systeem werkt anders.
Waar let je best op vóór je start?
Elk autodeelsysteem heeft eigen regels en voorwaarden. Het is belangrijk om die vooraf goed na te lezen.
Let bijvoorbeeld op:
hoe je je registreert;
hoe je een auto reserveert;
waar je de auto ophaalt en terugbrengt;
hoe de kosten worden berekend;
wat je moet doen bij schade of een ongeval.
Door je vooraf goed te informeren, weet je wat je kan verwachten en vermijd je onaangename verrassingen.
Een verkeersongeval kan erg stressvol zijn. Het helpt om vooraf te weten welke stappen je kan volgen.
1. Controleer of er gewonden zijn
Ga eerst na hoe het met jezelf en de anderen gaat.
Zijn er ernstige verwondingen, bel dan 112 of vraag iemand in de buurt om dat te doen.
Verplaats gewonden niet, tenzij dat nodig is voor de veiligheid.
2. Breng de situatie in kaart
Als dat veilig kan:
maak foto’s van de voertuigen;
fotografeer ook hoe ze ten opzichte van elkaar of van andere voorwerpen staan;
noteer waar en wanneer het ongeval gebeurde.
Dit helpt later bij de verzekering.
3. Vul het aanrijdingsformulier in
Vul samen met de andere betrokken bestuurder(s) het aanrijdingsformulier in.
Noteer alleen feitelijke informatie.
Onderteken het formulier pas als je akkoord bent met wat er ingevuld staat.
Neem het duplicaat mee voor je verzekering.
4. Wanneer bel je de politie?
Je belt best de politie als:
je twijfelt of het formulier correct is ingevuld;
de communicatie moeilijk verloopt;
er onenigheid is over wat er gebeurde;
er sprake is van vluchtmisdrijf;
iemand gewond is.
Als de politie ter plaatse komt, zorgen zij voor een correct verslag.
Meer informatie
Op Verzekeringen.be vind je extra uitleg over:
wat te doen na een verkeersongeval;
hoe je verzekering verder wordt ingeschakeld.
Meer informatie kan je vinden op verzekeringen.be/autoverzekering-wat-te-doen-nav-verkeersongeval .
Parkeren: waar hou je rekening mee?
Als je met de auto ergens naartoe rijdt, moet je ook een parkeerplaats vinden.
Sommige mensen zoeken die ter plaatse, anderen doen dat liever op voorhand. Vooraf plannen kan rust geven.
Je kan parkeerinformatie vinden:
op de website van de stad of gemeente waar je naartoe gaat;
via Google Maps, waar vaak parkings, tarieven en wandelafstanden worden getoond.
Mogelijke manieren om te parkeren
Parkeren in de straat
Je kan in sommige straten parkeren, als dit toegelaten is.
Kijk altijd goed naar de verkeersborden.
Die geven aan:
of je mag parkeren;
of het gratis of betalend is;
of je een parkeerschijf moet gebruiken.
Parkeer nooit:
voor een oprit;
voor een garagepoort.
Parkeervergunning of bewonerskaart
Woon je in een straat met:
betalend parkeren;
of een beperkte parkeertijd met parkeerschijf,
dan kan je bij je gemeente vaak een parkeervergunning of bewonerskaart aanvragen.
Met zo’n kaart mag je in je eigen buurt parkeren zonder telkens te betalen.
Parkings buiten of in de stad
Er bestaan verschillende soorten parkings:
Gratis parkings aan de rand van de stad.
Betalende parkings, bovengronds of ondergronds.
Bij betalende parkings:
neem je soms eerst een ticket aan een automaat of aan een bareel;
gaat de bareel open zodra je een ticket neemt;
betaal je meestal voor je vertrekt aan een betaalautomaat;
moet je je ticket goed bijhouden, want dat heb je nodig om te betalen en uit te rijden.
Volg stap voor stap de aanwijzingen op de automaat.
Laatste stuk te voet
Kan je niet vlak bij je bestemming parkeren, dan is het handig om vooraf te weten:
hoe ver je nog moet wandelen;
hoe lang dat ongeveer duurt.
Je kan dit:
vooraf bekijken;
of ter plaatse opzoeken met Google Maps of een andere gps-app op je smartphone.
Zo weet je waar je aan toe bent wanneer je aankomt.
Ongeschreven signalen in het verkeer: hoe ga je ermee om?
Naast de officiële verkeersregels gebruiken mensen in het verkeer soms signalen of gewoonten. Die zijn niet vastgelegd en kunnen verschillend geïnterpreteerd worden.
Het is belangrijk om te weten:
Officiële verkeersregels gaan altijd voor.
Ongeschreven signalen zijn nooit verplicht.
Wegmarkeringen
Wegmarkeringen, zoals witte lijnen, zijn officiële verkeersregels.
Een doorgetrokken witte lijn mag je niet overschrijden.
Een onderbroken witte lijn mag je wel overschrijden.
Twijfel je? Volg dan altijd de veiligste en wettelijk correcte optie.
Gedrag van andere bestuurders
Sommige bestuurders rijden:
sneller dan toegelaten;
ongeduldig;
of anders dan je verwacht.
Je bent niet verplicht om je gedrag daaraan aan te passen.
Rijd volgens de verkeersregels en op een manier die voor jou veilig voelt.
Handgebaren en oogcontact
Sommige bestuurders gebruiken handgebaren of proberen oogcontact te maken, bijvoorbeeld om iemand door te laten.
Dat kan helpen om een situatie duidelijk te maken.
Het is geen verplichting.
Je mag altijd kiezen om gewoon de verkeersregels te volgen.
Als iets onduidelijk is, neem geen risico.
Knipperen met lichten
Als iemand met de lichten knippert, kan dat verschillende dingen betekenen.
De betekenis is niet vast.
Omdat je dit nooit zeker weet:
baseer je beslissingen niet alleen op dit signaal;
kijk altijd naar de verkeerssituatie en de regels.
Toeteren
De claxon is bedoeld om:
gevaar te signaleren.
Andere betekenissen komen soms voor, maar zijn niet betrouwbaar.
Laat je niet opjagen door een claxon en blijf rustig handelen.
Belangrijke boodschap
Als iets aanvoelt als:
onduidelijk;
stressvol;
tegen de verkeersregels in,
dan mag je:
vertragen;
wachten;
of gewoon doen wat volgens de regels correct is.
Dat is altijd een goede keuze.
Ongemakken in de auto: wagenziekte en drukgevoel
Wagenziekte
Sommige mensen worden wagenziek tijdens het rijden. Dat kan zich uiten in misselijkheid, duizeligheid of hoofdpijn.
Dit kan de kans op wagenziekte vergroten:
achteraan in de auto zitten;
lezen of naar een scherm kijken tijdens het rijden.
Wat kan helpen:
ga, als dat kan, vooraan zitten;
kijk naar een vast punt in de verte, bijvoorbeeld de weg voor je;
vermijd lezen of langdurig schermgebruik;
zorg voor frisse lucht in de auto.
Wat voor de ene persoon helpt, werkt niet altijd voor de andere. Je mag uitproberen wat voor jou het meest helpend is.
Drukgevoel in de oren
Bij snelle hoogte- of drukveranderingen, bijvoorbeeld in de bergen of bij tunnels, kan je een drukgevoel in je oren ervaren.
Wat kan helpen:
kauwgom kauwen of iets slikken;
geeuwen;
zachtjes proberen druk te regelen door je neus dicht te houden en voorzichtig te blazen.
Doe dit rustig en forceer niets.
Tip
Als je vaak last hebt van wagenziekte of drukklachten:
bespreek dit vooraf met de bestuurder;
plan indien mogelijk korte pauzes;
neem gerust iets mee dat je helpt om je comfortabeler te voelen.
Soms moedigen mensen je aan om met de auto te leren rijden, maar dat trek ik me niet aan. Ik zeg gewoon dat het hen niet zal lukken om me te overhalen.
Rijd mee met mensen die je kent.
Rijd niet met de auto als je moe bent.
Je kan aan passagiers vragen om niet tegen je te praten als dat storend is.